gif-banner

DE GESCHIEDENIS VAN 30 JAAR WITTE JAPANSEMEEUWEN

Allereerst zal ik mij even voorstellen mijn naam is Lies Herlaar. Ik ben sinds 1971 woonachtig in het Brabantse Uden alwaar ik in 1973 de vogel liefhebberij ben begonnen met het kweken van kleurkanaries. Mijn eerste serieuze contact met de Japanse meeuwen kreeg ik in 1981 toen ik tijdens de vakantie de vogels ging verzorgen van een bevriend lid van onze vogelvereniging Avicultura. Hij was een fervent kweker van Gouldamadines en maakte gebruik van Japanse meeuwen als pleegouders. Wat mij direct opviel was het trouwe broed gedrag van deze pleegouders. Om het voer te bekostigen werden door hem de bevruchte eieren van de Japanse meeuwen soms met 15 tegelijk onder een koppel meeuwen gelegd. Het kwam dan ook niet zelden voor dat er in een nest meer dan 10 jonge meeuwen lagen welke door de ouders trouw gevoerd werden. Als dank voor het verzorgen heb ik voor een zacht prijsje een koppel Goulds van hem kunnen kopen. Ik moest er natuurlijk ook een aantal koppels meeuwen bij nemen anders werd het volgens hem niets. Na enkele jaren met redelijk succes Goulds gekweekt te hebben raakte ik steeds meer gefascineerd van het Japanse meeuwtje. Dus werd in 1982 mijn eerste koppeltje “echte” donkerbruin eenkleurige meeuwen aangeschaft. Om beter geïnformeerd te worden over de Japanse meeuw ben ik in 1983 lid geworden van de Japanse meeuwen club (JMC). Bij mijn eerste deelname aan de regio TT van de JMC in 1985 bleek dat het merendeel van de ingezonden vogels uit donkerbruinen bestond. Het viel op dat de witte meeuw maar door twee kwekers bij ons in de regio gekweekt werd. De kwaliteit was niet om over naar huis te schrijven de hoogste vogel had 88 punten. Hier viel dus duidelijk wat te verbeteren en dat leek mij wel een leuke uitdaging. In 1986 werden mijn eerste twee koppeltjes witte meeuwen aangeschaft bij een van deze twee kwekers uit onze regio.

Verbeteren van de kwaliteit door specialisatie

Na een paar jaar meerdere kleurslagen Japanse meeuwen gekweekt te hebben en ik de kwaliteit van mijn witten maar langzaam zag verbeteren heb ik besloten om me op één kleur te gaan specialiseren.
Ik besloot het gelijk goed aan te pakken. Ik was in het bezit van 27 broedkooien en deze ben ik allemaal gaan gebruiken voor het kweken van de witte Japanse meeuw. Want je hebt als wit kweker het nadeel dat als je wit x split kweekt maar ongeveer 50 % van de jongen wit zal zijn.
Alle kanaries werden verkocht en niet lang daarna gingen ook alle Goulds en pleegouder meeuwtjes de deur uit. Ik besefte al snel dat er wat met deze vogels moest gebeuren om de kwaliteit te verbeteren want de eerste resultaten op de TT lagen tussen de 85 en 88 punten. De meest gehoorde opmerking was dun bevederd in de wangen en op de schouders. In 1990 heb ik bij een kweker, die dat jaar goede resultaten behaalde in Breda, twee koppels wit maal bont aangeschaft. De beste aangeschafte witte man zette ik tegen mijn beste bonte pop. Het andere koppel hield ik bij elkaar en de overgebleven bonte pop werd op één van mijn beste witte mannen gezet. Bij het samenstellen van de koppels werd vooral gelet op het formaat en model van de vogel en de lengte van de bevedering. Alleen vogels met een mooie lange bevedering kwamen in aanmerking voor de kweek. Het resultaat was meteen zichtbaar ik kweekte mijn eerste twee vogels welke 90 punten behaalden op de regio show van de JMC. In 1993 werd het resultaat van het inkweken van de nieuwe vogels en het streng selecteren pas echt goed zichtbaar met zes vogels welke op de JMC regio show te Berlicum 90 punten of hoger scoorden waarvan één vogel met 92 punten. In 1994 vielen de resultaten op de TT wat tegen.

Het doel bereikt

In 1995, 10 jaar na het aanschaffen van mijn eerste witte meeuwtjes, gebeurde het, alle goede genen vielen samen. Op de bondsshow Vogel 96 te Breda een stam van 4 x 92 en een enkeling van 91+ punten. De eerste keer van mijn leven kampioen op de bondsshow. Ik wilde niet de fout maken welke ik al eens eerder met mijn Gouldamadines had gemaakt, ik had veel te lang door gekweekt met mijn eigen vogels, wat tot gevolg had dat er op een gegeven moment bijna geen bevrucht eitje meer in de nesten lag. Dus moest ik op zoek naar vers bloed. In dat zelfde jaar ben ik in het bezit gekomen van een zeer forse zwartgrijze pop, deze viel voor de zwartgrijs kweek af omdat deze op de buik een grote bonte plek had, maar het model en formaat was zeer goed. In 1995 heb ik deze pop tegen mijn beste witte man gezet ik kweekte hiervan 5 prachtige forse bonte jongen welke allen natuurlijk split waren voor wit. Uit één van deze split mannen gekoppeld aan één van mijn beste poppen kwamen drie witte jongen twee ervan behaalden op de TT 92 punten. In 1997 ben ik middels Fred Panjer in het bezit gekomen van een koppel meeuwen welke na kweek waren van naar Nederland gehaalde Engelse bonten. Dit waren mooie forse vogels zij hadden echter het nadeel dat ze zeer snel vet werden waardoor ze een doorgezakte borst toonden dit is een ernstige fout. Door het inkweken van deze bonten had ik nu mooie forse witten maar met een vorm fout. Door streng te selecteren heb ik dit er weer uit moeten kweken en dat valt nog niet mee. Door steeds maar één vogel met Engelse voorouders te koppelen kon ik het formaat redelijk behouden en de te zware borst terug dringen. Resultaat: door het in kweken van de mooie forse bonte zwartgrijze en de Engelse bonten is het formaat en model van mijn meeuwen sterk verbeterd en goed op peil gebleven.

De tentoonstelling

Hoe krijg je ze smetteloos wit op de TT ? Als ik op de bondsshow kijk dan is het aantal witten en de kwaliteit de laatste jaren duidelijk omhoog gegaan. Ik zie over de algemeen mooie forse vogels. Soms zijn er vogels bij waar ik zelfs jaloers op ben dat ze mijn ringnummer niet dragen. Maar toch komen ze niet hoger dan 90 punten. De kunst is “hoe breng ik ze op de TT”. Het heeft bij mij ook enige jaren geduurd voor ik dit door had. Er zijn een paar belangrijke zaken waar op gelet moet worden. Bij een witte vogel wordt bij de keuring voornamelijk gekeken naar het model en het formaat, de helderheid van kleur en de dichtheid van de bevedering. Niet zelden staat er op het keurbriefje, kan helderder wit, moet schoner wit, vogel is niet helder wit enz. enz. Ook de opmerking wangen dun bevederd of te dunne bevedering bij de schouders komt vaak voor. Mijn ervaring is dat alleen een vogel welke honderd procent in conditie is helder wit is. De wangen en schouders zullen dan ook volledig bevederd zijn. Maar een vogel is niet het gehele jaar in deze gewenste conditie. Mijn ervaring is dat een vogel ten hoogste 2 a 3 weken achter elkaar dit top niveau haalt. Om dat we binnen de JMC gezamenlijk als doel hebben de kwaliteit van de Japanse meeuwen op een zo hoog mogelijk niveau op de TT te brengen zal ik mijn manier van voorbereiden op de show beschrijven.

Het TT gereed maken

Bij mij gaan de vogels minimaal zes weken van tevoren met vier of vijf tegelijk in een broedkooi. Natuurlijk worden eerst alle gebroken pennen getrokken. Twee weken later gaan ze twee aan twee in een TT kooi liefst een overjarige samen met een jonge vogel. Op de bodem van de TT kooi komt geen zand maar schoon wit absorberend handdoekjes papier. De eerste twee weken wordt dit papier om de week verwisseld. Ook worden de vogels elke dag met de planten spuit met zo warm mogelijk normaal leiding water besproeid. Ik heb hiervoor een oude TT kooi omgebouwd tot badhuis. Ik heb aan de linkerkant van het kooitje een extra opening gemaakt met een schuifdeurtje. Als ik spuit dan spuit ik ook echt. De vogel is dan zo nat dat deze niet meer vliegen kan. Daarom heb ik de bodem van het “badhuis” verhoogd tot het niveau van de onderkant van het schuifdeurtje. Zo kan de vogel gemakkelijk terug in de TT kooi. De laatste twee weken voor de TT wordt het papier op de bodem dagelijks verschoond en wordt, als de vogel in het “badhuis”zit, de TT kooi met een natte doek schoongemaakt. Vooral de zit stokken niet vergeten. De laatste twee dagen voor de TT wordt wat magnesium poeder aan het water toegevoegd zodat de veren mooi strak in elkaar haken. Omdat ik alleen maar witten kweek en ook de overjarige vogels mogen worden gezet kan ik veel vogels opkooien soms wel meer dan 30 stuks want zoals ik al eerder beschreef maakt alleen een vogel welke 100 % in conditie is kans om de gewenste 93 punten te halen en ze halen niet allen tegelijk die 100 %.

Het rui probleem

Het TT seizoen vangt voor mij meestal aan met de regio show van de JMC eind oktober en meestal één of twee weken daarna onze onderlinge TT de eerste week van november.

Voor mij is het hoogtepunt van het tentoonstelling seizoen de bondskampioen met daarbij de landelijke kampioenschappen van de JMC.

In de beginjaren dat ik witte meeuwen kweekte en ik mee wilde spelen op de bondskampioenschappen in Breda zaten telkens op het moment van inbrengen bijna al mijn vogels in de rui waardoor ik ze thuis kon laten. Ik liet mijn vogels na de OTT van begin november opgekooid zitten in een TT kooi. Ik speelde toen ook elk jaar nog mee met de kring begin december. Dit alles was te veel voor de vogels, zolang kan je ze in een TT kooi niet in top conditie houden. Om aan dit rui probleem een eind te maken gaan nu, als de OTT begin november achter de rug is, bij mij alle TT vogels weer terug in de vlucht. Ze zullen dan allemaal in de rui vallen.

Voor de bondskampioenschappen in Apeldoorn begin ik zes weken van tevoren weer met het zelfde ritueel, opkooien, spuiten en schoon houden. Het probleem is nu wel of alle vogels op tijd uitgeruid zullen zijn. Meestal zijn er een paar bij welke het niet halen dat is dan jammer die zijn later op tijd klaar voor de kweek. Ik hoop dat alle wit kwekers hun voordeel kunnen doen nu ik al mijn “geheimen” op papier heb gezet.

In januari 2016 heb ik besloten op mijn hoogtepunt te stoppen met mijn vogel hobby omdat wij regelmatig op vakantie gaan en het steeds moeilijker werd om iemand te vinden voor de verzorging van de vogels.

Tot zover mijn hobby en kweek met de witte japanse meeuw.